| Vleesconsumptie en klimaatverandering |
|
|
|
Sinds enkele jaren krijgt de link tussen veeteelt en klimaat steeds meer aandacht, zowel in de wetenschappelijke literatuur als in de pers. Dit artikel vat de belangrijkste wetenschappelijke gegevens hierover samen. De meest omvangrijke wetenschappelijke studie naar de impact van veeteelt op het klimaat, en bij uitbreiding op het gehele leefmilieu, is het rapport Livestock’s Long Shadow, van de VN-landbouworganisatie FAO uit 2006 . Belangrijkste conclusie van het rapport is dat veeteelt een groter aandeel van de broeikasgasuitstoot (18%) vertegenwoordigt dan het wegtransport: veeteelt is dus één van de belangrijkste verantwoordelijken voor de opwarming van de aarde. Daarnaast bevatten ook Environmental Impacts of Food Production and Consumption, een studie in opdracht van het Engelse ministerie van Leefmilieu, en het Groene Kookboek, een onderzoeksrapport van de Rijksuniversiteit van Groningen, precieze informatie over de impact van individuele voedingsproducten op het leefmilieu. Uit beide onderzoeken blijkt duidelijk dat dierlijke producten een veel grotere milieu-impact hebben dan plantaardige. 1. Vlees: een inefficiënte omweg…Om de gigantische impact op het klimaat te begrijpen, is het belangrijk om in te zien dat vlees voor de voedselproductie een “inefficiënte omweg” is. Voor de productie van voedsel moet immers steeds een bepaalde hoeveelheid energie, land en water worden voorzien. We noemen dat het “beslag” dat de voedselproductie legt op de beschikbare reserves. Bij de productie van vlees wordt echter een omweg gevolgd: in plaats van rechtstreeks voedsel voor de mens te produceren, wordt er eerst veevoeder voor het dier geproduceerd, waarna (een deel van) het dier wordt opgegeten. Hierbij gaat een belangrijk deel van de erin geïnvesteerde energie, grond en water verloren. Niet al het voedsel dat een dier te eten krijgt, wordt immers door het dier omgezet in lichaamsgewicht. Het dier heeft zelf ook energie nodig om te overleven: deze energie wordt bijvoorbeeld verbruikt door de spieren of verdwijnt als lichaamswarmte. Daarnaast is maar een deel van het geslachte dier ook daadwerkelijk voor menselijke consumptie geschikt: de rest zijn botten, ingewanden en andere als afval beschouwde delen. Ook hier gaat dus heel wat energie aan verloren. Als gevolg van deze inefficiënte omzetting is er voor een bepaalde voedingswaarde aan vlees vele keren meer energie, land en water nodig dan voor een zelfde voedingswaarde aan plantaardige producten. … met aanzienlijke gevolgen 1.1 Vlees en energieVoor de productie van voedsel is heel wat energie nodig, bijvoorbeeld voor de verwarming van serres, voor de aanmaak van kunstmeststoffen en voor transport. Het Centrum voor Energie en Milieukunde van de Rijksuniversiteit Groningen maakt in haar Groen Kookboek een uitgebreide analyse van deze energetische impact van verschillende voedingsproducten. Uit deze studie blijkt algemeen dat voor dierlijke voedselbronnen minstens een factor 10 meer energie nodig is dan voor plantaardige producten. Bovendien geldt deze vaststelling niet alleen voor groenten met een relatief beperkte voedingswaarde (wortels, tomaten, sla), maar ook voor groenten die zeer rijk zijn aan ijzer, eiwitten en/of koolhydraten, zoals linzen en sojabonen). Dit maakt duidelijk dat het heel goed mogelijk is om vlees door groenten te vervangen, zonder daarbij een tekort aan voedingsstoffen te riskeren. Voor een aantal dierlijke en plantaardige producten wordt een schatting van de energetische impact gegeven in Tabel 1.
Tabel 1: schatting van de energie nodig voor voedsel In het rapport zijn trouwens ook een aantal voorstellen opgenomen voor hoe een “Groen Kookboek” er zou kunnen uitzien. Daarvoor wordt van een aantal gerechten met een vergelijkbare voedingswaarde de energie-impact berekend. Eén voorbeeld: voor een schouderkarbonade is ongeveer 10 MJ per persoon vereist. Voor een even voedzame linzenschotel is dat amper de helft (5 MJ).
1.2 Vlees en land – en waterverbruikDe ‘inefficiënte omzetting’ gaat ook op wat betreft het land- en waterverbruik: voor vleesproductie is - voor een vergelijkbare voedingswaarde - véél meer land en water nodig dan voor de productie van gewassen rechtstreeks voor menselijke consumptie. Uit de wetenschappelijke literatuur kan Tabel 2 worden afgeleid:
Tabel 2: land- en watergebruik voor verschillende soorten voedsel Opnieuw blijkt dat plantaardige producten vele keren minder land en water nodig hebben dan hun dierlijke tegenhangers. Ook wanneer we kijken naar de milieu-impact per eenheid voedingswaarde scoren de plantaardige producten veel beter: voor de productie van een bepaalde hoeveelheid eiwit is veel meer water nodig indien de omweg langs de veeteelt wordt gemaakt. Deze boodschap werd onlangs trouwens nogmaals bevestigd in het Environmental Impacts of Food Production and Consumption, een onderzoek in opdracht van het Engelse ministerie van Leefmilieu. Uit een gedegen literatuurstudie besluit dit rapport immers dat “This supports the idea that vegetable protein sources have lower environmental impacts than animal protein sources when assessed on the basis of a similar amount of protein consumed.” Door deze inefficiëntie legt de veeteelt een enorm beslag op de beschikbare landbouwgrond. Het FAO becijfert dat op dit moment al drie kwart (75%) van de in gebruik zijnde landbouwgrond gebruikt wordt voor de productie van vlees! Een deel van die landbouwgrond gaat bovendien door het intensieve gebruik onherroepelijk verloren: de FAO schat dat twintig procent van de weilanden al gedegradeerd zijn door overbegrazing. Zelfs als men enkel kijkt naar het beschikbare akkerland, geschikt voor de productie van voedselgewassen voor menselijke consumptie, dan blijkt dat een derde van al het akkerland gereserveerd wordt voor de productie van veevoeder. Elk jaar wordt er bovendien méér vlees geproduceerd: in een eindige wereld ontstaat er daardoor onvermijdelijk een enorme druk op nog niet ontgonnen grond, in het bijzonder op bosgebieden. Het FAO identificeert een aantal gebieden waarbij de honger van de vleesindustrie naar meer grond tot grootschalige ontbossing heeft geleid. De Latijns-Amerikaanse regenwouden zijn hiervan wellicht het bekendste slachtoffer. Voor water ziet het plaatje er vergelijkbaar uit. Veeteelt legt beslag op ongeveer een tiende van het globale waterverbruik, voornamelijk voor de irrigatie van de voedergewassen. Daarbij komt het feit dat de grote productie van mest, waardoor grote hoeveelheden stikstof en fosfor in de waterreservoirs terecht komen, de beschikbare hoeveelheid drinkbaar water fors vermindert. De ernst hiervan wordt duidelijk wanneer men overweegt dat volgens de VN binnen twintig jaar de waterbevoorrading voor bijna twee derde van de wereldbevolking (64%) “problematisch” zal worden. 1.3 Vlees en sociale rechtvaardigheidOm de toenemende vraag naar vlees, voornamelijk vanuit het Noorden, te kunnen volgen, worden volledige landbouweconomieën in het Zuiden op de productie van veevoeder afgestemd. Het FAO beschrijft hoe dit lokale gemeenschappen helemaal kan ontwrichten. In eigen land getuigt Wervel vzw al geruime tijd van de nefaste invloed van de wereldwijde vleesindustrie op de voedselvoorziening in het Zuiden (bv. delen van de Brazilië waarin de landbouw zich volledig toelegt op de productie van soja voor het Westerse vee). In tegenstelling tot wat soms wordt gesteld, zijn veel van de aan dieren gevoederde gewassen trouwens perfect geschikt voor menselijke consumptie. De tijd dat kippen en varkens uitsluitend leefden van afvalproducten van andere landbouwactiviteiten is voorbij. Ook runderen halen hun voedsel niet meer uitsluitend uit het afgrazen van grasland. Integendeel: ons vee krijgt steeds meer energetisch zeer hoogwaardige voeders. Dit heeft alles te maken met de intensivering van de landbouw: de dieren moeten op een zo kort mogelijke tijd slachtrijp worden gemaakt, en dat is enkel mogelijk indien ze vetgemest worden met calorierijke en voor mensen geschikte gewassen, in het bijzonder maïs, soja en tarwe. Volgens de FAO is het Belgische kippendieet bijvoorbeeld voor drie vierde (75%) opgebouwd uit deze drie perfect voor menselijke consumptie geschikte gewassen. Meer dan negentig procent van de ingevoerde soja, een bijzonder voedzaam gewas, verdwijnt in veevoeder. Over deze soja bestaat er trouwens nog een ander misverstand. Wat aan dieren gevoederd wordt, wordt doorgaans aangeduid als ‘sojaschroot’ (of ‘sojameel’). Deze schroot was oorspronkelijk een bijproduct van de fabricatie van sojaolie. Sommigen beschouwen het gebruik van soja in veevoeder dan ook als een nuttige ‘recyclage’ van afvalproducten. De FAO toont echter aan dat door de fel toegenomen vraag naar dit sojaschroot de rollen nu volledig omgedraaid zijn: het schroot is tegenwoordig goed voor 2/3 van de waarde van een sojaboon, terwijl de olie nog slechts 1/3 van de waarde uitmaakt. De olie is dus eigenlijk een bijproduct geworden van het schroot. De explosieve expansie van de sojaproductie (verdrievoudiging op 20 jaar tijd), waarvoor veel bosland werd omgevormd in landbouwgrond, kan dan ook bijna volledig op het conto worden geschreven van de vleesindustrie.
|
|
|
veeteelt |
totaal (alle sectoren) |
aandeel van veeteelt in totaal |
|
CO2 |
2,7 |
31 |
9% |
|
waarvan ontbossing |
2,4 |
||
|
CH4 |
2,2 |
5,9 |
37% |
|
waarvan spijsvertering herkauwers |
1,8 |
||
|
N2O |
2,2 |
3,4 |
64% |
|
waarvan mest |
1,8 |
||
|
totaal |
7,1 |
40 |
18% |
Tabel 3: aandeel veeteelt in broeikasgasuitstoot (in miljard ton CO2-equivalenten per jaar)
3. Besluit: grootschalige vleesconsumptie en een gezond leefmilieu zijn onverzoenbaar
De conclusie van de FAO is duidelijk: “vleesconsumptie staat in de top-3 van belangrijkste redenen voor elk belangrijk milieuprobleem”. Het laatste rapport bevestigt inderdaad dat veeteelt niet alleen een vernietigende impact heeft op landdegradatie, op drinkwatervoorziening en op zure regen, maar dat ze dus ook een zeer belangrijke verantwoordelijkheid draagt voor de opwarming van de aarde.
Tegelijkertijd werd er in ons land nog nooit zoveel vlees geconsumeerd. Het is niet moeilijk in te zien dat deze tegenstrijdige situatie op termijn onhoudbaar zal zijn. In haar Federaal Rapport inzake Duurzame Ontwikkeling gaf het Federaal Planbureau begin 2008 dan ook nog een niet mis te verstaan advies: “om de doelstellingen van duurzame ontwikkelingen te bereiken, moet de consumptie van vlees en dierlijke producten gevoelig dalen”.
Ook Rachendra Pachauri, het hoofd van het VN-klimaatpanel en in 2007 samen met Al Gore nog Nobelprijswinnaar voor de Vrede, sprak zich ondertussen duidelijk uit over de noodzaak van een vleesmatiging: “Please, eat less meat!” Er bestaat immers maar één oplossing om de impact van vleesconsumptie te beperken, en dat is: minder vlees eten. Een grootschalige én duurzame vleesconsumptie bestaat eenvoudigweg niet. Per definitie is het onmogelijk dat zeer veel mensen op zeer grote schaal een zeer inefficiënt product consumeren, zonder op de grenzen van onze planeet te stoten. Dat is dan ook precies wat er momenteel gebeurt: de wereldwijde vleesconsumptie heeft zijn limieten duidelijk overschreden.
Meer info en bibliografie
Livestock’s Long Shadow, H. Steinfeld e.a, FAO, 2006. ftp://ftp.fao.org/docrep/fao/010/a0701e/a0701e00.pdf
Groen Kookboek. Milieubewust koken met een laag energie- en landgebruik, P.W. Gerbens-Leenes, IVEM-Onderzoeksrapport nr. 103a, Groningen, mei 2000
http://www.rug.nl/ees/onderzoek/IVEM/Publicaties/Onderzoeknl/GroenKookboek.pdf?as=pdf.
Vierde Federaal Rapport inzake Duurzame Ontwikkeling: de transitie naar een duurzame ontwikkeling versnellen. Federaal Planbureau, 2007, http://www.plan.be/press/press_det.php?lang=nl&TM=41&IS=67&KeyPub=625
Environmental Impacts of Food Production. A research report completed for the Department for Environment, Food and Rural Affairs by Manchester Business School, Foster e.a., 2006. http://www.defra.gov.uk/science/Project_Data/DocumentLibrary/EV02007/EV02007_4601_FRP.pdf.
Mestprobleem:
http://www.bblv.be/theme.php/40
Boeren met toekomst, van stichting milieudefensie NL: http://www.milieudefensie.nl/landbouw/publicaties/rapporten/boeren-met-toekomst-burgerinitiatief-milieudefensie-jma.pdf
Stijgende Vleesconsumptie: het milieu betaalt de prijs, Oivo: http://www.observ.be/v2/nl/pdf/2399nl.pdf
The global benefits of eating less meat, CIWF: http://www.ciwf.org/publications/reports/The_Global_Benefits_of_Eating_Less_Meat.pdf
Why it's green to go vegetarian, VSUK: http://www.vegsoc.org/environment/why%20its%20green%20final%20small.pdf
| Geschreven door EVA (verleidelijk veggie) | Gemaakt: 28 aug 2008 |
| Laatst aangepast: 28 aug 2008 | |



waarom veggie? 





