img019.jpg
actueel
over EVA
waarom veggie?
publicaties
nutritionele info
culinair
lifestyle
interactief
(multi)media
doe mee!
EVA voor...
links
français


Dieren : Algemeen PDF Print
share
(3.63 / 16)

Het beginsel om niet te doden heeft altijd centraal gestaan bij religieuze, filosofische en ethische groepen in de meest uiteenlopende culturen. Hoewel geweld overal aanwezig is, worden mensen die hun leven wijden aan een hoger ethisch doel over het algemeen erg bewonderd. Er bestaan duidelijk ongeschreven principes die ons toelaten goed van kwaad te onderscheiden, en wellicht hebben we het voortbestaan van onze soort daaraan te danken. Misschien was er ooit een tijd in onze vroegste geschiedenis wanneer doden de natuurlijkste zaak van de wereld was. Ons waardenstelsel is echter voortdurend aangepast, en vandaag wordt doden doorgaans als barbaars beschouwd.

Op dezelfde manier was het voor onze verre voorouders wellicht natuurlijk om de dieren die ze aten, eigenhandig te doden. Vandaag lijkt zo’n daad voor ons, “beschaafde” mensen, niet verenigbaar met onze verfijnde waarden. Doden is het werk geworden van een kleine groep mensen.

Dat we van nature de neiging hebben om al wat leeft te respecteren, blijkt uit het feit dat de meesten onder ons geen dieren zouden eten waar we een hechte relatie mee hebben. Hoewel er vele verschillen zijn tussen mensen en dieren wat geestelijke mogelijkheden betreft, zijn deze, zoals Darwin opmerkte, veeleer graduele, en geen wezenlijke verschillen. Voor de wetenschap is het duidelijk dat de meeste dieren gevoelens als plezier, verveling, angst en frustratie kunnen beleven. Dieren ervaren pijn net zoals wij, en kunnen de ene keer tevreden zijn, en zich op andere momenten ellendig voelen.

Het huidige gebrek aan contact met de natuur en het plattelandsleven is waarschijnlijk mede verantwoordelijk voor het verdwijnen van de link tussen het leven van een dier en onze maaltijden. De afstand tussen levende dieren die ooit kakelden, graasden of in de modder rolden, en wat op ons bord ligt, wordt nog vergroot door een heel “ritueel” van snijden, behandelen, verpakken, koken en kruiden van het vlees.

De beroemde Russische schrijver Leo Tolstoi beschouwde de afkeer van het doden als een essentiële menselijke eigenschap: “Afschuwelijk is het! Niet zozeer het lijden en de dood van de dieren, maar wel het feit dat mensen, onnodig, hun grootste geestelijke eigenschap kunnen onderdrukken – namelijk het medeleven met levende wezens zoals zijzelf – en dat ze, door hun eigen gevoelens geweld aan te doen, wreed worden. En hoe diep geworteld in het menselijke hart is het bevel om niet te doden...?”

Maar terzelfder tijd kunnen we ons afvragen: hoe diep geworteld in onze cultuur is de gewoonte om vlees te eten? Misleidende informatie over voeding, niet zelden gedicteerd door commerciële belangen, waarborgt dat deze gewoonte voorlopig overeind blijft...

Dieren worden van nature aangetrokken tot het voedsel dat het best overeenstemt met hun behoeften. Carnivore dieren hebben een zeer verfijnd reukorgaan om hun prooi te vinden. De geur van deze prooi wordt geïnterpreteerd als voedsel, als iets heerlijks en aantrekkelijks. Mensen, aan de andere kant, voelen zich niet alleen niet aangetrokken tot de geur van dode dieren, maar soms kan zelfs de gedachte eraan al een sterk gevoel van afkeer opwekken.

Het aantal mensen dat vandaag niet zoveel belang meer hecht aan vlees in de voeding is groter dan we kunnen vermoeden. In de meeste gevallen bevinden ze zich echter in een omgeving die nog steeds bepaald is door traditionele eetgewoontes. Daarom is het onvermijdelijk dat het veranderingsproces enige tijd in beslag zal nemen.

Het lijkt alsof we cultureel geconditioneerd zijn om deze praktijken blindelings te aanvaarden, zonder hun gevolgen in vraag te stellen. Dat het vermijden van vlees in onze voeding niet alleen mogelijk is, maar ook aanbevolen is voor een gezonde levenswijze, is een reden te meer om onze gewoonten te herbekijken. Een wat diepere bezinning - intuïtief of rationeel - zou tot verrassende resultaten kunnen leiden...

Het ging allemaal zo zakelijk dat men wel gefascineerd moest toekijken. Hier werd varkensvlees gemaakt met machines, met toegepaste wiskunde. En toch kon zelfs de meest nuchtere persoon niet anders dan aan de varkens denken: ze waren zo onschuldig, ze waren zo vol vertrouwen gekomen. Ze waren zo menselijk in hun protest, en hadden het recht volledig aan hun kant! Ze hadden niets gedaan om dit te verdienen, en om het nog erger te maken, werden ze hier opgehangen op die koelbloedige, onpersoonlijke manier, zonder ook maar een poging tot verontschuldiging, zonder het eerbetoon van een traan ...
Je kon daar niet lang staan kijken zonder filosofisch te worden, zonder je te verdiepen in zinnebeelden en vergelijkingen en de varkensgil der wereld te horen. Zou er werkelijk nergens op of onder de aarde een varkenshemel bestaan, waar zij schadeloos gesteld worden voor al dit lijden? Elk van deze varkens was toch een afzonderlijk schepsel ... Elk van hen had toch een eigen persoonlijkheid, een eigen wil, hoop en hartverlangens? Elk van hen was vol zelfvertrouwen, een gevoel van zelfbelang en waardigheid. En vol zeker en sterk vertrouwen had het gedaan wat het moest doen, terwijl een zwarte schaduw over hem hing en een gruwelijk lot hem wachtte op zijn weg ... Het lot deed zijn wrede wil met het dier, alsof de wensen en gevoelens van het varken niet bestonden. Het sneed hem de keel over en keek toe terwijl hij zijn leven uitademde. Moest men dan geloven dat er nergens een god van de varkens was, voor wie dit varken belangrijk was, voor wie de schreeuwen en angsten van deze dieren een betekenis hadden? Wie zou dit varken in zijn armen nemen en troosten, hem belonen voor zijn werk, en hem de betekenis tonen van zijn offer?

Upton Sinclair, "The Jungle"

Is vlees eten "natuurlijk"?

Vaak hoor je zeggen dat vlees eten een natuurlijke gewoonte van onze soort is, die zo oud zou zijn als de mensheid zelf. Anderen beweren het tegenovergestelde. Volgens hen zouden de aard van ons darmstelsel, onze tanden, en het ontbreken van klauwen erop wijzen dat we natuurlijke herbivoren zijn, die niet "ontworpen" werden voor de jacht, en niet aangepast zijn aan een carnivore levenswijze. De wetenschap is hierover verdeeld. Een aanwijzing zou kunnen liggen in onze naaste verwanten, de chimpansees, die nauwelijks vlees eten. Bovendien lijken onze voorouders grotendeels vegetarisch geleefd te hebben.

Uiteindelijk is de vraag naar wat zij aten van weinig belang. De kwestie is wat de beste voedingswijze is voor mensen vandaag, en uit talrijke studies blijkt dat zij die weinig of geen dierlijke producten eten, een stuk gezonder leven.

"Men zegt vaak dat mensen altijd al dieren gegeten hebben, alsof dit een reden is om dit te blijven doen. Volgens deze logica zouden we ook niet moeten proberen voorkomen dat mensen andere mensen doden, aangezien dit ook gedaan wordt sinds mensenheugnis."

Isaac Bashevis Singer
(Nobelprijswinnaar literatuur 1978)

Het leven van dieren in de intensieve veeteelt

Vleesrunderen worden tijdens de afmestingsperiode en buiten het weideseizoen uitsluitend binnen gehouden. Bovendien komen zij - net als alle andere landbouwdieren - voortijdig aan hun einde, na ongeveer 2 jaar. Hetzelfde geldt voor melkkoeien, die worden geslacht wanneer ze gemiddeld 5 jaar oud zijn, omdat tegen die tijd de melkproductie doorgaans onvoldoende is geworden of wegens vruchtbaarheids-, uier- of andere problemen van het dier.1

Om de melkproductie op peil te houden is het nodig dat melkkoeien ongeveer elk jaar een kalfje krijgen.2 Dit kalfje wordt doorgaans onmiddellijk van z’n moeder gescheiden, en de mannetjes worden vaak opgefokt als ‘kistkalf’. Dit is een vleeskalf dat zijn hele leven (ca. 26 weken) doorbrengt in een houten kist die zo klein is dat het dier er zich zelfs niet in kan omdraaien. Zo belet men dat het zijn spieren te veel zou ontwikkelen, en blijft het vlees mals. Omdat de consument wit-roze vlees verkiest, krijgt het dier een ijzerarm dieet, waardoor het bloedarmoede ontwikkelt. Wanneer het kalfje slachtrijp is, en naar het slachthuis wordt afgevoerd, kan het amper lopen.

Praktisch alle mestvarkens leven in kale hokken met betonnen roostervloeren, en brengen het grootste deel van hun leven door in het duister. Castratie en het wegknippen van de hoektanden bij biggen gebeurt zonder verdoving. Omdat varkens uit verveling en frustratie hun soortgenoten vaak in de staart bijten, wordt deze grotendeels weggeknipt (ook zonder verdoving). Wanneer varkens na 6 maanden naar het slachthuis worden gevoerd, zien de meeste van hen voor het eerst daglicht. Ook zeugen worden voltijds binnengehouden, en kennen een leven dat louter bestaat uit achtereenvolgende cycli van drachtig worden en zogen. Bij de geboorte van haar jongen wordt de zeug in een ijzeren rek vastgezet om het zogen zo makkelijk en veilig mogelijk te maken. Instinctief probeert de zeug wanhopig een nest te maken, maar dit is onmogelijk geworden.

Slachtkippen worden in grote, duistere stallen gehouden, waar ze met zo’n twintigtal op één m2 zitten. Ze worden vetgemest in een periode van ca. 6 weken, waarbij hun lichaamsgewicht met ongeveer 50 g per dag toeneemt. Gevolgen van dit hoge groeitempo zijn o.a. ademhalingsmoeilijkheden, hartkwalen, en vergroeiingen van de poten.3 De dieren worden in vrachtwagens naar het slachthuis gevoerd, op elkaar geduwd in houten kratten - vaak met botbreuken en ontwrichtingen tot gevolg.4 De kippen die uiteindelijk in de supermarkt terechtkomen, zijn in feite nog steeds kuikens.

Zo’n 98% van alle legkippen in België leven in zogenaamde batterijkooien. Ze zitten met 4 of 5 dieren in één kooi, en beschikken elk over een oppervlakte van nog geen A4-blad. Ze zijn er niet in staat om hun natuurlijke gedrag te vertonen, en krijgen steeds kunstlicht te zien, dat wordt gebruikt om hun legtijden te manipuleren en de productie op te drijven.

Ook scharrelkippen hebben weinig leefruimte, kunnen moeilijk stofbaden nemen, en beschikken niet over een vrije uitloop. Vrije-uitloopkippen kunnen wel in de buitenlucht scharrelen, maar - net als bij de legbatterij- en scharrelkippen - wordt er zonder verdoving een deel van hun snavel met een heet mes weggesneden, om te voorkomen dat dieren elkaar zouden verwonden of kaal plukken.

In alle gevallen worden de mannelijke kuikens kort na de geboorte vergast of levend vermorzeld in een vleesmolen, aangezien zij ‘nutteloos’ zijn bij de eierproductie. Op een leeftijd van ongeveer 72 weken, en na een productie van ongeveer 300 eieren, worden de legkippen verkocht als soepkippen voor zo'n 0,18 euro per stuk.

Verschillende vissoorten (onder andere zalm, forel, en paling) worden vandaag in intensieve omstandigheden gekweekt, vaak dicht opeengepakt. Vissen die op zee gevangen werden, hebben een natuurlijk leven kunnen leiden, maar hun einde is weinig benijdenswaardig: ze sterven meestal door verstikking op het droge.

Voetnoten

Geschreven door EVA (verleidelijk veggie) Gemaakt: 30 nov 1999
  Laatst aangepast: 03 aug 2010