|
Toen op de redactie een interview met Wim Delvoye werd voorgesteld, waren de meningen op zijn minst verdeeld. Moet iemand die varkens tatoeëert of vloeren legt met vleeswaren zonodig aan het woord gelaten worden in een vegetarisch magazine? zo klonk het. Tot daar inderdaad weinig smakelijks. Als u echter weet dat Delvoye een zelfverklaard vegetariër is en zichzelf de Oscar Schindler van de varkens noemt, wordt u misschien toch een tikkeltje nieuwsgierig. Wij in elk geval wel. Met veel kritische voornemens trokken wij dus naar Delvoye's studio in een onopvallende straat in Gentbrugge.
Delvoye blijkt een onpretentieuze kerel die best sympathiek overkomt en een jongensachtig enthousiasme over zich heeft. Dat laatste aspect wordt me bevestigd door de kop chocomelk op zijn bureau en de Disney-video's – van Sneeuwwitje tot Toy Story – op het rek ernaast. Wanneer ik hem ter kennismaking een paar EVA-publicaties overhandig, kijkt hij onmiddellijk heel geïnteresseerd naar de artisjok op onze Vegetarische Gids. "Dat zou een mooi logo kunnen zijn, als je dat een beetje strak aflijnt," zegt hij. Hij steekt vervolgens een jointje op. We laten hem aan het woord. Oordeelt u zelf…
EVA: Iemand schreef over u: "Delvoye's vegetarisme is een poging om alles wat hij fout doet als kunstenaar een beetje recht te zetten." Klopt dat? Wim Delvoye: Eerst en vooral zou ik mezelf veeleer veggie friendly noemen. Ik eet bijna geen vlees maar kan mezelf eigenlijk niet als vegetariër beschouwen. In elk geval zie ik het niet als een uitwisseling of deal of zo. Interviewers voeren me graag op als vegetariër, bijna om me te verontschuldigen voor mijn werk, zo lijkt het. En wanneer ik in de clinch lig met ijverige dierenbeschermers laat men dat ook graag vallen. Ik heb altijd een beetje de eetgewoonten overgenomen van degene met wie ik samenwoonde. Als mijn huisgenote macrobioot was, was ik dat ook. En als ik een vriendin had die er niet geïnteresseerd in was, begon mijn enthousiasme te tanen. Vroeger betaalde je bovendien een meerprijs om vegetariër te zijn. Ondertussen ben ik dus ongeveer vegetariër en dat is omdat het nu veel makkelijker is. Als ik vlees moet eten, smaakt me dat helemaal niet en ik verteer het ook niet goed.
Een van je meest ophefmakende werken waren je getatoeëerde varkens. Om omgetoverd te worden in kunstwerken moesten die dieren eerst verdoofd worden. De dierenrechtenbeweging was niet bepaald in haar nopjes met dit project… Vreemd toch, dat ik geen vier of zes varkens mag tatoeëren, terwijl een vriend van mij in Eeklo er wel regelmatig honderden naar het slachthuis mag brengen. En elke dag optimaliseren die mensen dat massale slachten van dieren door verder te investeren in hun machines, zonder dat er een haan naar kraait.
Vreemd toch, dat ik geen vier of zes varkens mag tatoeëren, terwijl een vriend van mij in Eeklo er wel regelmatig honderden naar het slachthuis mag brengen.
De critici halen dan hun ethisch gelijk door te zeggen dat kunst entertainment is, en daarvoor mag je geen dieren gebruiken. Je mag zoveel koeien eten als je wil, maar als je een levende vis wil gebruiken op het dek van een zeeroverschip in een filmscène, dan moet een heel ethisch comité erop toezien dat er niets verkeerds met die vis gebeurt.
Hoe verklaar je die paradox? Ik denk dat er in onze cultuur niet zozeer een taboe rust op het doden van dieren, want blijkbaar mag je er duizenden doden zonder probleem, maar wel op alles wat niet functioneel, niet utilitair, niet nodig is. Dieren eten kan à volonté, want dat is zogezegd noodzakelijk, maar dieren in kunst kan niet. Ik heb daar bedenkingen bij. Ten eerste vraag ik me af welk deel van een dier werkelijk opgegeten wordt, en hoeveel er wordt weggesmeten. Een andere bedenking is dat we een dier als het varken al duizenden jaren naar onze hand gezet hebben. Het ziet eruit zoals wij willen dat het eruit ziet. Het kan enkel nog overleven als een industrieel product.
Zeker een varken: da's een snijbloem. Als je een deur toeslaat in de stallingen krijgt zo'n dier een hartinfarct.
Zeker een varken: da's een snijbloem. Als je een deur toeslaat in de stallingen krijgt zo'n dier een hartinfarct. We hebben de dikste, niet de sterkste geselecteerd. Wanneer ik er dan een paar ga uitkiezen die niet naar de slachtbank moeten omdat ze een kunstproject worden, voel ik me inderdaad als een soort Oscar Schindler. Maar ik zit natuurlijk nog met een probleem in mijn redenering: dat varken heeft dat niet gewild, heeft er niet om gevraagd om een kunstwerk te worden of tatoes te krijgen. Dat is zeker een ethische bekommernis, maar het is er een van een luxeniveau.
Al jouw rationaliseringen ten spijt kwam er toch voldoende protest… Toen ik vroeger werkte met varkens ondervond ik van geen enkele kant problemen. De laatste keer dat ik varkens wou tatoeëren, in Watou, wist ik dat er heisa zou komen, gewoon omdat ik ondertussen bekend was. Ik ben zelf met de problematiek naar GAIA gestapt omdat ik geen problemen wou. Ik had Michel Vandenbosch al een paar keer op tv gezien en had de indruk dat hij een praatgrage sociale kerel was. Nu, ik vertelde de actievoerders dat ik hen gevraagd had om te zien hoe we het konden doen, maar zij vertelden me dat ik het niet mocht doen. En toen een paar meisjes ermee dreigden zichzelf daar in Watou vast te ketenen aan een paal kon dat voor mij nog allemaal wel, maar toen deed de organisator in zijn broek. Omdat niet iedereen akkoord ging heb ik het dus maar niet gedaan.
Maar waarom in ‘s hemelsnaam varkens tatoeëren? Wel, er zit een mooie boodschap in dat werk, vind ik. Tatoeëren is misschien wel de oudste en vreemdste van alle kunstvormen. Het publiek dat zich aangetrokken voelt tot tatoes bestaat altijd uit mensen die zich meer dan gemiddeld bewust zijn van hun biologische eindigheid. Ik heb het over groepen als soldaten, pubers, gangsters, gevangenen, bikers… Dat zijn allemaal mensen die een beetje on the wild side leven, een beetje een onzeker bestaan leiden. Een tatoeage is iets voor altijd, voor de rest van je leven. Het gaat dus om iets permanents, maar op een volledig niet-permanente basis dus. Doordat die tekening zo permanent is, denk je de hele tijd aan de sterfelijkheid van de drager. Bij die getatoeëerde varkens komt dat des te sterker naar voren: elk dier is op zich een memento mori tafereel. Hun leven hangt elke dag aan een zijden draadje.
Is je houding tegenover varkens veranderd, door er zo nauw mee te werken? Zeker. Ik was er in het begin wat vies van. Ik ben namelijk ook microfoob; ik was mijn handen op obsessieve wijze. Langzamerhand ben ik me beter gaan documenteren. Ik heb ook gezien wat varkens kunnen. De proeven met Hamlet en Omlet bijvoorbeeld, toonden aan hoe intelligent die dieren zijn. Ik heb ook alles gekocht en verzameld over varkens, in antiquariaten… Dit hier [toont een stuk bot] is het heiligenbeen van een varken, het os sacrum. Eigenaardig is dat het er net uitziet als een varkensgezicht! Ik heb navraag gedaan en blijkbaar is het enkel zo bij een varken, niet bij een olifant bijvoorbeeld.
Critici zeggen dat je die dieren belachelijk maakt… Dat denk ik niet. Ik verménselijk ze net. Wanneer je iets op hen tekent, kun je je met dat dier veel beter identificeren. Misschien dat ik eerder het menselijke verdierlijk. Elke tatoe drukt een illusie of een droom uit die we koesteren: je houdt van die of die, je bent punker, je wil astronaut zijn… Die wensen worden veruiterlijkt door een simpel beeld. Door ze op een varken te zetten zeg ik zoiets als "ziehier je illusies en je wensen… " Er is dus geen sprake van verdingelijking van een dier, eerder vermenselijking. Ik heb trouwens al protest gehad van bikers die vonden dat er net met hen gespot werd. Bovendien dwingen die varkens het publiek onmiddellijk om te nursen, verpleger te spelen, in de plaats van gewoon te gapen. De meeste kunstwerken zijn dood en daar heb ik het altijd moeilijk mee gehad. Bij die getatoeëerde varkens ontstaat er een enorm sociaal spel van hiërarchieën, verantwoordelijkheden, wetten... De echte wereld wordt erin betrokken: Michel Vandenbosch komt protesteren, een secretaresse vindt dat 't kunstwerk stinkt, de gezondheidsinspectie doet onderzoek… Er ontstaat een constant jojo-effect tussen kunst en realiteit.
Je meest controversiële werk is wellicht Cloaca, in de volksmond ook "kakmachien" genoemd. Het is een twaalf meter lange laboratoriuminstallatie die het menselijke spijsverteringstelsel nabootst. Je voert er eten in, en er komt stront uit. Ik heb me laten vertellen dat Cloaca enkel vegetarisch eet? Wel, de bedoeling was dat Cloaca omnivoor zou zijn, zodat iedereen zich erin zou kunnen herkennen. In Wenen zou hij dan wiener schnitzels moeten krijgen, in de VS bagels. Maar het is inderdaad zo dat 't makkelijkst is met vegetarisch eten. Hem brood geven zou nog makkelijker zijn - dan zouden we de prachtigste stronten ter wereld hebben. Groenten zijn anders ook niet zo makkelijk hoor. Asperges bijvoorbeeld zijn een grote miserie. Door die vezels raken de peristaltische pompen vast – die werken op dezelfde manier als onze voedselkanalen, zoals een slang zich beweegt. Met de derde machine hebben we geen peristaltische bewegingen meer. We kunnen zeggen dat die machine beter eet.
Cloaca is misschien een beetje gevormd naar het beeld van zijn schepper? Hij lust ook geen alcohol, net als jij…? Cloaca kan inderdaad niet tegen alcohol, en ik ook niet. Ik weet niet hoe mensen die drinken feestjes overleven. Op een openingsreceptie van een tentoonstelling spreken we af dat Cloaca één glas wijn krijgt, maar hij heeft 't daar al heel moeilijk mee. Ik denk dat het vooral om de zuren gaat. Ook curry is bijvoorbeeld erg moeilijk.
Elke dag dat Cloaca tentoongesteld staat, wordt hij gevoederd door een exclusieve lokale traiteur. Verspilling van voedsel? De gemeenschappelijke noemer van de problemen waarmee kunstenaars de laatste jaren te maken hebben is verspilling. Alles mag, zolang het geen verspilling is. Utilitarisme is het grote probleem in onze cultuur. We spreken over een soort anti-kunsthouding, die op verschillende manieren ingekleed wordt. Het is een deel van de protestantse cultuur. Andere culturen hebben dat niet. Daar wordt bijvoorbeeld rijkelijk aan de goden geofferd. En kijk eens naar de natuur: eigenlijk is een pauw die zijn staart toont aan het demonstreren hoeveel hij kan verspillen – dat is een fitness indicator. Een boom maakt miljoenen zaadjes voor niets. De natuur is dus op een spectaculaire manier genereus en verspillend. Kunstenaars hebben in zekere zin verspilling als beroep. Een journalist, postbode of bakker doen allemaal iets nuttigs voor de maatschappij, maar bij een kunstenaar ligt dat vaak moeilijker. Bovendien zitten we als kunstenaar nog eens met een enorm groot ego, en willen we wel degelijk iets te betekenen hebben…
Mensen die 3.000 euro voor een stront geven, begrijpen dat dat een normale prijs is.
Maar dat verspillende aspect vind je toch niet in alle kunstwerken? Bij Cloaca hangt er elke dag een menuutje uit met een soepje, hoofdgerecht en dessert. Mijn machine lijkt dus inderdaad veel te vragen en te verspillen, maar het is eigenlijk gewoon opvallender dan bij andere kunstwerken – ook omdat het allemaal gesymboliseerd is in eten. Een werk van – ik zeg maar wat – Picasso kost enorm veel aan verzekeringen per jaar. Een controversieel iets als Cloaca heeft dan nog het voordeel dat het mensen aan het denken zet en discussie uitlokt. Bij een schilderij van Ingre zal je zoiets niet gauw tegenkomen. Dat kost enkel zijn verzekeringen.
Cloaca is ook een parodie op de consumptiemaatschappij. Je bewijst ermee dat je aan de mensen zelf stront kan verkopen als je het goed verpakt. Op www.cloaca.be staat een "as seen on TV!" sectie, waar fictieve klanten getuigen van de nieuwe levensvreugde die ze herwonnen hebben na het aanschaffen van verpakte uitwerpselen. De mensen die de strontjes kopen begrijpen het spel wel natuurlijk. Het gaat niet alleen om de monetaire waarde van zo'n kunstvoorwerp, maar ook om een spel waarbij je je lekker insider kan voelen. Het is een spel van een symbolische economie, van culturele tekens. Mensen die 3.000 euro voor een stront geven, begrijpen dat dat een normale prijs is. Een ander kunstobject van dat formaat zou evenveel hebben gekost.
Hoeveel van die dingen heb je zo verkocht? Zo'n 25. We hebben ze enkel te koop aangeboden via het internet (e-cloaca). Via een galerij kan je eindeloos verkopen, maar op het web kopen mensen geen kunst, omdat ze alleen zijn. Ze worden niet opgehitst in groep. Kunst heeft een groot evenementskarakter. Een hoofdaspect van de hedendaagse kunstbeleving is de trading. Mensen moeten iets hebben dat iemand anders niet heeft. Dat is wat hen vooral plezier verschaft.
Je zegt zelf over Cloaca: "ik geef toe dat het een nutteloos en immoreel kunstwerk is". In welk opzicht? Vandaag zou ik veeleer zeggen amoreel, in de plaats van immoreel. Ik noemde het immoreel om te anticiperen op de kritiek dat het nutteloos is. Vooral toen Cloaca in Duitsland was, was er protest. Iedereen had 't over de verspilling. In de VS daarentegen ging de kritiek altijd over het mogelijke bacteriële gevaar, en had niemand het over de derde wereld. Er is op elk kunstwerk wel iets aan te merken. Een schilder heeft al veel bomen kapotgemaakt bijvoorbeeld. Voor een kunstenaar als ik is het vandaag heel makkelijk om in aanvaring te komen met iemands principes. Je moet bijna cynisch zijn en abstracte, niet figuratieve kunst maken, en dan heb je nooit problemen met iemand. Maar zover wil ik niet gaan.
Dit interview werd gepubliceerd in EVA Magazine 13. |