| Vleesvervangers |
|
|
|
VLEESVERVANGERS
Wie af en toe een karretje etenswaren voor zich uitduwt in de supermarkt, en ook wie bijna uitsluitend inkopen doet in de lokale natuurvoedingswinkel, heeft vast en zeker een verandering gemerkt in het winkellandschap. Waar enkele jaren geleden een volledige afdeling of schap uitsluitend voor slagerijproducten was voorbehouden, heeft een vreemdeling zich nu een plaatsje weten te veroveren. Het gaat om allerlei worsten, burgers, filets, ... met het opschrift "vegetarisch" of "100% plantaardig". Ze zien er vaak uit zoals vlees, maar zijn het niet: de vleesvervangers.What's in a name?De naam "vleesvervanger" is misschien wat ongelukkig gekozen. Hij impliceert immers dat het vlees op je bord moét vervangen worden door iets anders indien je vleesloos wil eten. Voldoende studies hebben aangetoond dat vlees zonder problemen kan worden weggelaten uit onze voeding, op voorwaarde dat deze gevarieerd en goed uitgebalanceerd is - een voorwaarde die natuurlijk evenzeer geldt voor een voedingspatroon mét vlees. De term "vleesvervanger" kan op verschillende manieren geïnterpreteerd worden. Gaan we echter de psychologische kant uit, dan lijkt de term "vleesvervanger" al meer aanvaardbaar. Voor veel beginnende en occasionele vegetariërs is het vaak niet eenvoudig om de lege ruimte op hun bord waar "normaal" het vlees lag of ligt, in te vullen. Een andere manier van kokkerellen leer je niet van de ene dag op andere. De meeste mensen zijn ook opgevoed met de gedachte dat vlees echt noodzakelijk is. Bovendien is het niet altijd evident om je smaakpatroon van vandaag op morgen te veranderen, en is een plantaardige burger die toch nog ongeveer smaakt zoals vlees een welkome overgangsoplossing - hoewel vele vegetariërs natuurlijk precies de smaak en het uitzicht van vlees zullen vermijden. Ook kinderen kunnen vaak makkelijker verleid worden door leuk uitziende worstjes, een veggie hamburger of namaak cordon bleu, en voelen zich op die manier misschien minder "anders" dan hun omnivore vriendjes. Een vleesvervanger is vooral vanuit psychologisch perspectief een middel om de overgang naar vleesloze voeding makkelijker te maken. Daarnaast is een vleesvervanger snel klaar en dus erg praktisch voor wie weinig tijd of inspiratie heeft. Het eten ervan geeft bovendien snel een verzadigd gevoel. Nutritioneel gezien zijn vleesvervangers echter geen must. Dus als je al die "namaakproducten" niet lust of er zelfs ronduit vies van bent..., geen nood, je hoeft ze helemaal niet te eten als vegetariër... SoortenWelke producten behoren nu wel tot de categorie van de "vleesvervangers" en welke niet? Een echte definitie of indeling is er niet. Alles hangt natuurlijk af van hoe je de term "vleesvervanger" interpreteert. Laten wij voor de eenvoud de twee standpunten zoals ze hiervoor werden beschreven even aanhouden. Nieuwe technologieënTalrijke studies worden uitgevoerd om plantaardige producten te vervaardigen die in al deze opzichten de zintuigen misleiden en dus letterlijk lijken op vlees. In Nederland bijvoorbeeld bestaat Profetas, een onderzoeksproject aan de Universiteit Wageningen, waarbij men op basis van erwteneiwit een vleesvervanger tracht te produceren die werkelijk in zoveel mogelijk van de vermelde opzichten lijkt op vlees. Doelstelling van dit project is het ontwikkelen van een productieproces dat milieuvriendelijker is dan dat van vlees. Ook het project Novel Protein Foods van DTO (Duurzame Technologische Ontwikkeling - een samenwerkingsverband van vijf ministeries, het bedrijfsleven en diverse onderzoeksinstituten waarvan de hoofdzetel in Delft, Nederland was gesitueerd en dat ophield te bestaan in 2001) had gelijkaardige doelstellingen en had aldus reeds enkele producten opgeleverd: Protex, vezelachtig van structuur, werd gemaakt uit de cyanobacterie Spirulina, van (genetisch gemodificeerde) erwten en van luzerne (alfalfa); Fibrex, dat eveneens een vezelachtige structuur heeft, ontstond door het continu fermenteren van de schimmel Fusarium; Fungopie werd gemaakt door erwten of (genetisch gemodificeerde) lupine te laten gisten met de schimmel Rhizopus. MilieuvriendelijkerGrootschalige commerciële productie van Protex, Fibrex en Fungopie is momenteel nog niet aan de orde, maar kan een uitstekend alternatief vormen voor de toekomst: Volgens dhr. De Kuyer (DTO) belasten de genoemde producten immers 20 keer minder het milieu dan de huidige vleesindustrie. Ook wat betreft energiebesparing kunnen npf's een groot voordeel bieden. Elk huishouden consumeert per jaar gemiddeld ca. 90 kg vlees en vleeswaren. Dit komt overeen met een (indirect) energieverbruik van 9000 MJ (Megajoule of 106 Joule). Verwacht wordt dat binnen een periode van 3 jaar de vleesconsumptie voor 5% wordt vervangen door npf's. Dit zou worden bereikt enerzijds doordat huishoudens (af en toe) vlees en vleeswaren vervangen door npf's, en anderzijds door de aankoop van samengestelde producten waarin npf's zijn verwerkt. De energie-inhoud van rundvlees, vis en vleesvervangers bedraagt respectievelijk 111 MJ/kg, 80 MJ/kg en 66 MJ/kg. Op basis van deze gegevens kan vervolgens berekend worden hoeveel energie kan worden uitgespaard per gezin door 5% minder vlees te gaan eten: 0,05 (aandeel) x 0,40 (efficiëntie) x 9.000 MJ is in totaal 180 MJ. Op een totaal van 9.000 MJ lijkt dit op het eerste gezicht niet zoveel, maar als men de berekening doorvoert voor alle huishoudens, alleen nog maar in België, kan je toch spreken over een aanzienlijke energiebesparing. Traditionele productenIndien we echter de term vleesvervangers vanuit een nutritioneel standpunt beschouwen (vooral dan wat betreft vervangen van eiwitten ), dan kan het lijstje nog wat uitgebreid worden. Naast de genoemde npf's heb je ook producten zoals tofu, seitan (soms tarwebiefstuk genoemd) en tempeh, die helemaal niet op vlees lijken, maar wel even rijk zijn aan eiwitten. Deze producten worden gemaakt zonder dat men extra inspanningen doet om hen te laten lijken op vlees, wat bij de npf's wel doelbewust wordt gedaan. Nog iets wat deze producten van de recentere npf's onderscheidt is het feit dat ze al heel lang bestaan en een rijke traditie hebben. Zo heeft tofu een vaste plaats in de oosterse keuken en is het in China en Japan al eeuwenlang een bijzonder gewaardeerd basisingrediënt voor het bereiden van een veelheid aan smaakvolle gerechten. ProductieSojabrokken worden gemaakt van gemalen sojabonen. Het sojameel wordt ontvet en ook een deel van de koolhydraten wordt verwijderd. Met behulp van stoom en onder hoge druk worden van de overgebleven massa vezels gesponnen. Dit gebeurt zoals het spinnen van polymeren (plastics e.d.), namelijk door de massa door een extruder te persen. De bekomen vezels lijken op de spiervezels in vlees en worden samengeperst volgens een bepaald patroon. Indien men de vezels via een rolproces netjes lineair naast elkaar schikt, wordt een textuur bekomen vergelijkbaar met die van kippenvlees. Worden ze daarentegen willekeurig door elkaar samengeperst, dan lijkt de textuur meer op die van rundvlees. De aldus samengeperste brokken worden vervolgens eventueel voorzien van een hamsmaak, rundvleessmaak of andere, en verder verwerkt, om ze tenslotte aan de consument aan te bieden gedroogd als korrels of brokjes, in schijven of in blik als worstjes. Mycoproteïneproducten zijn reeds onder verschillende merknamen op de markt en zijn onder (parttime) vegetariërs heel populair. Men spreekt ook wel eens van 'single-cell protein' producten. 'Single-cell protein' staat voor eiwitten die geproduceerd worden via micro-organismen (bacteriën, schimmels en gisten). In veel gevallen wordt de schimmel Fusarium graminearum gebruikt, nauw verwant aan de champignon. Het oorspronkelijk productieproces van deze mycoproteïneproducten werd ontwikkeld in 1963, door Lord Rank Hovis McDougall, die op zoek was naar een hoogwaardig eiwit voor menselijke consumptie. Pas in 1984 werden de producten gecommercialiseerd en op de Engelse markt gebracht. Het duurde tot 1992 voor de producten ook in Nederland en België in de winkelrekken verschenen. In een speciale productie-eenheid groeit de schimmel onder optimale omstandigheden (glucose, zuurstof, stikstof, druk, temperatuur, verschillende vitamines en mineralen). Na deze fermentatie, die enkele dagen duurt, wordt de schimmel geoogst en verhit om verdere groei te voorkomen. Na filtratie, waarbij het overtollige vocht wordt verwijderd, blijft een deegachtige substantie over. Om het geheel te binden wordt aan deze substantie vaak kippenei-albumine toegevoegd, dus als je een 100% plantaardig product wil, is het aangeraden het ingrediëntenlijstje door te nemen. Het schimmeldeeg wordt op smaak gebracht met plantaardige smaakstoffen en soms worden ook plantaardige kleurstoffen toegevoegd. Net zoals voor sojabrokken, kan men ook hier de textuur gaan beïnvloeden door het schikken van de schimmelvezels (kippenvleestextuur versus rundvleestextuur). De verkregen textuur wordt vastgelegd via een stoomprocédé. Dit getextureerd product houdt gemakkelijk kleur- en smaakstoffen vast wanneer het gekookt wordt, wat een groot voordeel is. Samenstelling en voedingsstoffenWe hebben boven gesteld dat vlees niet hoeft vervangen te worden, en dat alle erin aanwezige nutriënten ook uit andere producten (granen, groenten, fruit en peulvruchten) kunnen worden bekomen. Hier willen we even de nutritionele waarde van vleesvervangers bekijken. Wat krijgen we binnen (of niet) als we ze dan toch geregeld consumeren? Het valt op dat vleesvervangers vaak gemaakt worden op basis van soja(meel), granen, peulvruchten, zaden (bijvoorbeeld lupinezaden) en Fungi (gisten, schimmels en zwammen). Daar zijn verschillende redenen voor. In de eerste plaats zijn al deze grondstoffen relatief eiwitrijk, én zijn deze eiwitten meestal van een zeer goede kwaliteit. Dit wil zeggen dat het eiwit alle essentiële aminozuren bevat in de juiste verhoudingen (zoals voorgeschreven als ideaal voor de mens door het FAO - Food and Agriculture Organisation). Vooral soja-eiwit en mycoproteïne leunen zeer dicht aan bij deze ideale aminozuursamenstelling. Daarnaast bezitten deze grondstoffen bepaalde eigenschappen, waardoor ze zich zeer goed lenen tot texturisatie en vaak ook makkelijk aromastoffen opnemen. Voordelen van vleesvervangersVleesvervangers hebben bovendien een aantal significante voordelen ten opzichte van vlees. Hoewel vele vleesvervangers even vettig zijn als vlees, bevatten zij heel wat minder verzadigde vetten. Verder zijn ze veel lager qua cholesterolgehalte. De 100% plantaardige producten bevatten zelfs helemaal geen cholesterol. In tegenstelling tot vlees bevatten vleesvervangers ook voedingsvezels. Gezondheidseffecten die vaak aan voedingsvezels worden toegeschreven zijn o.a. een verlaagd cholesterolgehalte, een verbetering van de darmflora en een lagere kans op colonkanker. Daarnaast bevorderen de voedingsvezels ook het verzadigingsgevoel. Nadelen van vleesvervangers zijn dat ze vaak even vet of zelfs nog vetter zijn dan vlees, en dat ze vaak relatief veel zout bevatten. Referenties op aanvraag
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|





Eiwitten zijn ook het hoofdbestanddeel in de meeste vleesvervangers, waardoor deze vaak niet veel meer dan bijna letterlijk een pakketje eiwitten zijn. Je zou dus kunnen stellen dat je vlees gaat vervangen omwille van de eiwitten. Talrijke studies hebben echter aangetoond dat mensen vaak veel te veel eiwitten naar binnen spelen (zie ook EVA-Magazine 3) en eigenlijk hoef je dus om deze reden het vlees op je bord zeker niet te vervangen. Andere goede bronnen van eiwitten zijn peulvruchten (bonen, erwten, linzen), noten, zaden, granen (volle granen, graankiemen, volkorenmeel), en vele groenten.




